![]() | ||||
![]() | |FR|EN|DE| |start|info|contact| | |||
![]() | ||||
![]() |
![]() |
![]() |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
19/03/2004 BACCHIC MEDICINE: Wijn – en Alcohol therapie van Napoleon tot de Franse Paradox
Volgens Louis Pasteur is wijn de gezondste en meest hygiënische drank. Sedert de oudheid dacht men reeds dat wijn de eetlust en de vertering bevordert en de mens versterkt. Wijn werd dan ook voorgeschreven als veelzijdig heelmiddel. In zijn boek “Bacchic Medicine” beschrijft Harry W.Paul, professor aan de universiteit van Florida, de opkomst en de val van de Franse voorliefde voor wijntherapie. De Franse flirt met wijn werd ernstig vanaf de 19de eeuw, toen Britse wetenschappers beweerden: dat wijn, dit geschenk van Bacchus, inderdaad een wonderlijk geneesmiddel kan zijn. Belangrijk hierbij was de kwaliteit en de ouderdom van de wijn, en wijnen moesten gekozen worden in functie van het temperament van de patiënt. Zo werden de dokters zowel specialisten in de geneeskunde als in de kennis van wijn. De medische vennootschappen organiseerden debatten over de respectievelijke verdiensten van rode en van witte wijn, van bourgondische wijnen, champagne en meer van dat lekkers. Er werden dosissen aanbevolen die men vandaag overdreven zou noemen: drie tot zes drinkbekers bij de maaltijd, of vijf dagelijkse dosissen van drie roemers champagne. Bij het einde van de eeuw had de voortreffelijke remedie wel haar therapeutische glans verloren: medicamenten namen die rol over, en bovendien werd de gemeenschap gealarmeerd door de toenemende alcoholverslaving. De experten gooiden het dan over een andere boeg, en beweerden dat er verschil was tussen wijn en de andere alcoholische dranken. Wijn zou namelijk nuttige chemicaliën bevatten en zou geen kwalen veroorzaken zoals cirrhose. Bij het begin van de 20e eeuw geraakte de wijnindustrie in een diepe put: de markt werd overspoeld door minderwaardige wijntjes, wijngaarden werden geteisterd door phylloxera, en de medici wezen nadrukkelijk op het toenemend alcoholisme. De dokters van Bordeaux en van de Société des Médicins de Paris gingen in de tegenaanval: met 60 cl per dag (zowat zeven eenheden) lichte, natuurlijke wijn, versneden met water zou de gezondheid gediend zijn, wegens de chemische elementen die gemakkelijk door het organisme geassimileerd konden worden. Niet de wijn zou alcoholisme veroorzaken, maar wel “industriële” alcoholhoudende dranken, zoals bier en gedistilleerde dranken. Ook na de eerste wereldoorlog bleef de wijnmarkt verder gedijen, terwijl het Amerikaans drankverbod geen soelaas bracht. Moderne fysico-chemische theorieën kwamen vertellen dat de inhoud van wijn kan vergeleken worden met die van levende cellen, met een voedingswaarde gelijk aan die van moedermelk. Er werd gewezen op de aanwezigheid van vitaminen, zelfs van zwakke radioactiviteit, maar toch kon de wijn zijn eretitel van medicament niet meer terigvinden. Als laatste reddingsboei werd dan “the French paradox” uitgespeeld, sterk gepromoot door de media: de Fransen hebben weinig last van hart- en vaatziekten, niettegenstaande hun vette voeding. Dat zou te danken zijn aan de rode wijn, die veel antioxydanten bevat en stoffen die het cholesterolgehalte doen dalen en het klonteren van bloed tegengaan. Maar als wijn toch zo goed is, waarom wordt hij dan maar door 28% van de Franse burgers gedronken? A.Paton (British Medical Journal) | ![]() |
| ![]() |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| ©2001 - bg | ![]() | | Webmaster| web-badges | | ![]() | ![]() |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||