INTERVIEWS
06/02/2002
Zitten er gluten in ons bier?
Mensen met coeliakie zijn overgevoelig aan gluten. Wanneer ze voedingsmiddelen consumeren waar gluten inzitten, kunnen ze darmklachten ontwikkelen. Gluten is een eiwit dat voorkomt in tarwe, rogge, gerst, spelt en waarschijnlijk ook in haver. Tarwe en gerst zijn grondstoffen van bier, en ook al blijft er na het brouwproces nog weinig van de eiwitten in het eindproduct over, toch is het niet uitgesloten dat bier nog sporen van gluten bevat.
Prof. Dr. Martin Hiele, gastroloog UZ Leuven en woordvoerder van de Vlaamse Coeliakie Vereniging:
Bevat bier nog gluten? “Bier is een discussiepunt. Op de lijst van de Vlaamse Coeliakie Vereniging staan veel toegelaten biersoorten. Toch zijn er redenen om te twijfelen aan de veiligheid van bier voor mensen met coeliakie. De meeste bieren worden van gerst gemaakt. Tijdens het brouwproces wordt de gerst gekiemd en vervolgens wordt de gekiemde gerst gefermenteerd. Tengevolge van de fermentatie worden de meeste koolhydraten en eiwitten gesplitst. De mout wordt doorgaans uit het bier verwijderd en nadien wordt het bier nog eens gefilterd. Bier bevat dus zeker geen grote brokken eiwitten. Dat neemt niet weg dat bier toch nog sporen van eiwitten en dus gluten zou kunnen bevatten. In feite weet men het niet precies.”
Kan men niet gewoon meten of bier gluten bevat? “Dat is niet evident. We beschikken wel over goede meetmethoden, maar die zijn niet honderd procent betrouwbaar. Er bestaan namelijk verschillende soorten eiwitfracties in gluten en de bestaande meetmethoden zijn vooral gebaseerd op de bepaling van één soort eiwitfractie, terwijl andere niet meegerekend worden. Dat is niet helemaal correct. Wanneer men zeer kleine hoeveelheden gluten wil opsporen moet men over nauwkeurigere meetmethoden beschikken. Als bier gluten bevat, dan gaat het sowieso om zeer kleine hoeveelheden, die waarschijnlijk onder de norm liggen.”
Wat is de norm voor gluten? “Een fabrikant mag een product glutenvrij noemen, wanneer het glutengehalte niet boven een internationaal bepaalde grenswaarde uitkomt. Deze grenswaarde is vastgelegd in de Codex Alimentarius, een bundel richtlijnen met betrekking tot voedingsmiddelen opgesteld door een commissie van de Wereldgezondheidsorganisatie. In 1981 reeds is in deze Codex vastgelegd dat glutenvrij betekent dat een product minder dan 20 milligram eiwit bevat per 100 gram droge stof. Dat komt overeen met 20 tot 30 milligram gliadine per 100 gram zetmeel. In de praktijk wordt dit meestal uitgedrukt in p.p.m. of “parts per million”, wat dan weer overeenkomt met milligram per kilogram. Een product is per definitie glutenvrij wanneer het minder dan 200 p.p.m. gluten bevat.”
Hoe staan de coeliakieverenigingen tegenover bier? “De meeste organisaties die zich met coeliakie bezighouden, stellen zonder meer dat bier niet toegelaten is in een glutenvrij dieet, omdat bij de productie van bier meestal gerst of tarwe gebruikt is. Anderen stellen dat bier waarschijnlijk zo weinig gluten bevat, dat af en toe een biertje zelden problemen zal geven voor een coeliakiepatiënt. Is er plaats voor bier in een glutenvrij dieet? In wetenschappelijjke kringen bestaat hierover geen concensus. Je kan dan ook moeilijk verwachten dat gluten op het etiket van bier moet vermeld worden. De wetenschappelijke onderbouw daartoe is onvoldoende.”
Prof. Em. Gilbert Baetslé, Rijks Universiteit Gent, auteur van “Vakboek voor de bierslijter; deskundigheid van vat tot glas”:
Welke bieren zijn glutenvrij en welke bevatten gluten? “Er is weinig wetenschappelijk onderzoek gepubliceerd over gluten in bier. Over het algemeen kan je stellen dat tarwebieren meer gluten bevatten dan bieren op basis van gerstemout die zeer weinig gluten bevatten. In geval van gerstemout worden de gluten grotendeels afgebroken bij het kiemen. Bieren die op een normale wijze verzuurd zijn (bijvoorbeeld Rodenbachbieren) bevatten nog minder gluten dan bieren op basis van gerstemout. Zeker wanneer ze gedurende enkele jaren gelagerd werden. Tenslotte zullen ook bieren die nog nagisten in de fles zeer weinig gluten bevatten, omdat bij fermentatie in de fles de gluten die nog aanwezig zijn, verder afgebroken worden. Naar mensen met coeliakie toe kan men stellen dat gewoon pilsbier veilig is. Bieren bevatten zeker niet meer dan 200 p.p.m. gluten. Maar dat is voor de meeste bieren nooit onderzocht.”
Donald Kasarda, chemicus in de “Crop Improvement and Utilisation Research Unit of the USA Departement of Agriculture”:
Bevat gerstebier eigenlijk nog gluten? “In bier op basis van gerstemout vindt men geen gluten terug. Gluten uit gerst worden afgebroken tot kleinere eiwitten (peptiden). Terwijl gluten uit gerst is opgebouwd uit een ketting van zo’n 300 aminozuren, bevatten de peptiden die in bier achterblijven hooguit enkele tientallen aminozuren. Het is echter waarschijnlijk dat deze kleine stukjes geen ongewenste reacties uitlokken bij coeliakiepatiënten. We weten vandaag echter niet in hoeverre deze peptiden reacties uitlokken bij coeliakiepatiënten. Daarenboven zijn er geen meetmethoden om deze kwantitatief te meten. Brouwers, zoals Sapporo Breweries, hebben gelijk wanneer ze stellen dat hun gerstebier geen gluten bevat. Probleem is dat we vandaag geen uitsluitsel hebben over de korte peptiden (de fragmenten van gluten) die wel in het bier achterblijven. Zijn ze wel veilig voor coeliakiepatiënten?”
Frederik Willem Janssen, hoofd van de afdeling scheikunde, Dienst voor Voedsel Inspectie, Zutphen Nederland.
Is er onderzoek gebeurd naar de hoeveelheid gluten in bier? “Onze dienst heeft een vijftigtal bieren onderzocht op de aanwezigheid van gluten. De meeste bieren bevatten wat reactieve proteïnen tussen 1 en 200 p.p.m. Vijftien bieren bevaten minder dan 1 p.p.m. gluten. We vonden een sterke correlatie tussen de bieren op basis van tarwe en de bieren op basis van gerst. Ander onderzoek bevestigt dat de hoeveelheid gluten in bier sterk kan variëren tussen nul en 400 p.p.m. gluten. Ik wens te benadrukken dat de huidige methoden voor het bepalen van gluten in bier zeer onbetrouwbaar zijn. Ze kunnen zowel valspositieve als valsnegatieve resultaten opleveren. We zouden moeten kunnen beschikken over andere en betrouwbare meetmethoden.”
|terug|mail|print|top|
|