![]() | ||||
![]() | |FR|EN|DE| |start|info|contact| | |||
![]() | ||||
![]() |
![]() |
![]() |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
12/03/2003 Voorzitter VAD vindt stijgend aantal dagelijkse drinkers niet alarmerend
Het aantal dagelijkse alcoholdrinkers stijgt aanzienlijk in België: van 8 naar 12,4 procent tussen 1997 en 2001. "Dat is geen drama", vindt dokter Stan Ansoms, die verslaafden begeleidt, "de algemene consumptie van alcohol daalt en als het verbruik goed gespreid is, noem ik dat niet alarmerend." Het Nationaal Instituut voor de Statistiek (NIS) verspreidde de cijfers van een gezondheidsenquête die het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid heeft gehouden. Die peilde in 2001 bij 9.290 Belgen naar hun alcoholconsumptie. De bevindingen werden naast een gelijkaardige studie uit 1997 gelegd. We legden de resultaten voor aan dokter Stan Ansoms, hoofd van de verslaafdenbegeleiding bij de Broeders Alexianen in Tienen, tevens voorzitter van de Vereniging voor Alcohol- en andere Drugsproblemen (VAD). Het aantal dagelijkse alcoholdrinkers stijgt van 8 naar 12,4 procent. Dat mag veel lijken, maar ik zou het niet alarmerend noemen. Het algemene alcoholverbruik daalt met vijftien procent. Dat is een positieve trend. Als die dagelijkse drinkers iedere dag één tot twee glazen tot zich nemen, hebben ze geen enkel probleem. Ik beschouw het als een evolutie naar het drinkpatroon van de wijnproducerende landen zoals Frankrijk. Mannen blijven grotere drinkers dan vrouwen. Dat is klassiek. Toch wordt verschil kleiner. Net zoals in andere maatschappelijke fenomenen benen de vrouwen de mannen bij. 25 jaar geleden stond er één alcoholverslaafde vrouw tegenover negen mannen. Nu is één op de drie een vrouw. Jongeren tussen 15 en 34 jaar blijken, in weerwil van recente paniekerige berichten, niet regelmatiger te drinken. Daar zou ik voorzichtig mee zijn. De alcoholpops zijn wel degelijk een probleem. De jongeren drinken weliswaar maar één keer per week -- de nacht dat ze uitgaan -- maar ze gaan ver in hun roes. Het gevaar van intoxicatie en verkeersongevallen loert voortdurend om de hoek. Ze beginnen er ook steeds jonger mee. De 55-plussers vormen de grootste groep probleemdrinkers en de 65-plussers zijn de grootste dagelijkse gebruikers. Campagnes richten zich, terecht, vooral op preventie bij jongeren, maar we hebben de ouderen wellicht wat veronachtzaamd. Het zou verstandig zijn voor die leeftijdgroepen campagnes op te zetten rond alcohol, gekoppeld aan medicijnengebruik. Laag- en hooggeschoolden drinken vaker dan de middengroep. In het verslaafdencentrum zie ik het omgekeerde. Daar tref ik de middengroep. De lagergeschoolden zijn minder bereid om zich te laten helpen. De hogergeschoolden leggen meer rationele weerstand aan de dag. Het aantal probleemdrinkers ligt op 6,8 procent. Een vergelijking met 1997 kan het NIS niet maken omdat er toen andere vragen gesteld werden. Wel bleek in 1997 dat 9,1 procent een of meer keren per week zes glazen dronk. Wat vindt u? Dat cijfer valt mee. Ik reken met 3 procent verslaafden en 15 procent risicodrinkers. Dat zijn de zware gewoontedrinkers die meer dan vijf consumpties per dag nuttigen en degenen die drinken vanuit persoonlijke moeilijkheden. Mijn percentage probleemdrinkers zou een stuk hoger liggen. Bron: De Standaard, 28/02/2003, Tom Ysebaert | ![]() |
| ![]() |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| ©2001 - bg | ![]() | | Webmaster| web-badges | | ![]() | ![]() |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||