![]() | ||||
![]() | |FR|EN|DE| |start|info|contact| | |||
![]() | ||||
![]() |
![]() |
![]() |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
alcohol en psyche 18/01/2005 Stress-gebonden drinken genetisch beļnvloed
Variaties in een bepaald gen kunnen verklaren waarom sommige mensen naar alcohol grijpen wanneer zij gestresseerd zijn. Muizen die het bewuste gen ontberen begonnen drie keer meer alcohol te drinken dan normale muizen, nadat ze een stresserende ervaring hadden meegemaakt. Zes maanden later dronken ze nog steeds gevoelig méér. Dit is het resultaat van een Duitse studie uitgevoerd onder leiding van Rainier Spanagel van de Universiteit van Heidelberg. Het bewuste gen codeert voor CRH1, een type van een receptor in het corticotropin-producerend hormonaal systeem in de hersenen. Dit systeem regelt de hormonale- en gedragsreactie op stress. Voordien was reeds bekend dat de CRH1-receptor in verband kon gebracht worden met psychiatrische afwijkingen ten gevolge van stress; “Patiënten met wijzigingen in dit gen kunnen bijzonder gevoelig zijn voor stress, en daarop reageren met drinken”, zegt Spanagel. Stress is de belangrijkste oorzaak van herval voor vele alcoholverslaafden in behandeling. Daarom is deze studie van het onderliggende mechanisme van belang, en kan ze helpen bij de inspanningen voor preventie en behandeling. Volgens Spanagel kunnen psychologen patiënten met gewijzigde genen helpen door hen strategieën aan te leren om om te gaan met stress. Tijdens het onderzoek werd eerst aan normale en aan gemuteerde muizen de keuze geboden tussen water en ethanol oplossingen met verschillende concentraties. Beide soorten kozen voor een oplossing met 8% ethanol. De muizen werden dan blootgesteld aan twee soorten stress. De eerste soort werd veroorzaakt door een aanval van een vreemde muis, de tweede soort verplichtte de muizen te zwemmen. Elke stresserend experiment gebeurde op drie opeenvolgende dagen. Na het experiment bleven beide stellen muizen een normale hoeveelheid alcohol drinken. Maar drie weken later begonnen de gemuteerde muizen plots veel meer alcohol te drinken. Zes maanden later bestond het effect nog steeds. Spanagel kan geen oorzaak aanduiden inzake het interval van drie weken. Hij is van mening dat het experiment met de muizen een goed model oplevert voor het menselijk gedrag. Meer onderzoek is nodig omtrent het effect van mutaties in het gen CRH1, om het gedrag van alcoholverslaafden te verstaan en te verbeteren. Bron: Science (vol 296,p 933) | ![]() |
| ![]() |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| ©2001 - bg | ![]() | | Webmaster| web-badges | | ![]() | ![]() |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||