WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK
alcohol en samenleving
22/07/2002
Wat adolescenten verwachten van alcohol
Adolescenten van risico-families met betrekking tot alcoholverbruik drinken méér dan hun leeftijdgenoten uit niet-risico families. Zij denken dat alcohol hun sociaal gedrag bevordert.
Shirley Hill en medewerkers vermoedden, aan de hand van voorgaande onderzoeken, dat de opvattingen van ouders omtrent het effect van alcohol rechtstreeks het verwachtingspatroon van de kinderen beïnvloeden. Zij wilden deze veronderstelling testen door middel van een onderzoek. De onderzoekers recruteerden 69 jongeren met twee broers die verslaafd waren aan alcohol. Als controle werden 46 huisgezinnen met laag risico maar met dezelfde structurele eigenschappen als de hoge-risico families gekozen. Zoals te verwachten was, dronken hoog-risico adolescenten vaker en groter hoeveelheden alcohol, met erger gevolgen zoals dronkenschap en ongesteldheid. In de vroege adolescentie verwachtten de risico-jongeren van het drinken meer verbetering in hun sociale omgang dan niet risico-jongeren. Op de leeftijd van 16 jaar verdween dit onderscheid echter. In beide groepen was het verwachtingspatroon van de jongeren die begonnen waren met drinken sterker dan bij de niet-drinkers. Bovendien werd vastgesteld dat de jongeren met grotere verwachtingen inzake sociaal functioneren vaker en grotere hoeveelheden drank tot zich namen, en er ook meer negatieve fysieke en sociale gevolgen van ondervonden. Hoog-risico adolescenten begonnen ongeveer 15 maanden vroeger met drinken dan de laag-risico controlegroep. In ’t algemeen begonnen adolescenten op jongere leeftijd te drinken naarmate zij grotere verwachtingen koesterden voor de sociale relaties en de ontspanning door het drinken van alcohol. Er bleek een verband te bestaan tussen de opvattingen van ouders en kinderen inzake de gevolgen van alcohol. Ouders en kinderen van hoog-risico families hadden gelijkaardige opvattingen, in tegenstelling tot de relatie tussen ouders en kinderen in de laag-risico families, waar de adolescenten meer positief stonden tegenover alcoholgebruik dan de ouders. De onderzoekers besluiten dat de verschillen in verwachtingen tussen beide risico-groepen kunnen veroorzaakt worden door de wijze waarop de ouders hun opvattingen overdragen op de kinderen. Zij pleiten voor inspanningen om de opvattingen omtrent de gevolgen van alcohol (vooral wat betreft de invloed op het sociaal gedrag) te wijzigen, wat zelfs bij de hoog-risico groep tot betere preventie kan leiden.
Bron: The quarterly Review of Alcohol Research 2002, volume 10, nr 2
|terug|mail|print|top|
|