Bier & Gezondheid
http://www.bierengezondheid.be/index.php/articles/nl/cid=19/aid=202/


DOSSIERS
Hop in het brouwproces en als medicinale plant
 Eigenschappen van de hopplant
 De rijkdommen van lupulinepoeder
 Medicinale eigenschappen van hop
 Auteur en bronnen

Eigenschappen van de hopplant

Hop (Humulus lupulus L.) is een tweeslachtige plant van de familie Cannab(in)aceae, waartoe ook hennep (Cannabis sativa L.) behoort. Enkel de hopbellen van de vrouwelijke hopplant worden als essentiële grondstof voor bier gebruikt. Vrouwelijke hopbellen bevatten lupulinepoeder, waarin tal van verbindingen aanwezig zijn, die aan bier een bittere smaak verlenen en tevens fungeren als natuurlijke bewaarstoffen.

Hop is een tere plant, die niet overal gedijt. Hop stelt bijzondere eisen aan de intensiteit en de golflengteverdeling van zonlicht, zodat de commerciële hopteelt beperkt blijft tot gebieden tussen de 35ste en de 55ste breedtegraden. De voornaamste hopstreken in de wereld zijn Hallertau (Beieren), Yakima (Washington), Kent (VK) en Bohemen (Tsjechië) in het noordelijk halfrond en Australië en Nieuw-Zeeland in het zuidelijke halfrond. In totaal wordt op zo’n 55.000 hectaren ongeveer 80 000 ton hop geöogst. Er bestaan zowat 40 verschillende variëteiten (cultivars) van Humulus lupulus, waaruit de brouwer een keuze kan maken, aangepast aan het biertype dat hij wenst te brouwen.

Een hopplant telt 12 tot 20 nuttige levensjaren. ‘s Winters sterven de bovengrondse delen van de plant af, maar de wortelstokken blijven bestaan. Een wortelstok kan in gunstige omstandigheden tot 1,5 meter verticaal en tot 2 meter horizontaal doorgroeien. Bij het begin van de lente ontstaan scheuten aan de wortelstokken. De jonge hopscheuten zijn een culinaire delicatesse! Bij commercieel gekweekte hopplanten worden enkele scheuten in wijzerzin rond draden geleid, die verder vastgehecht worden aan een ingewikkeld netwerk van latten en palen om het omhoog klimmen van de plant te leiden. Een hopplant kan een hoogte van 8 meter bereiken.

In het noordelijk halfrond situeert de hopgroei zich vooral tussen april en juli. In gunstige omstandigheden kunnen hopranken zelfs tot 35 centimeter per dag groeien! Gemiddeld haalt een hopplant een groeisnelheid van 10 centimeter per dag, waardoor hop één van de snelstgroeiende planten is in het plantenrijk. Commerciële hopplantages worden frequent behandeld om schimmels (meeldauw, witziekte) en ongedierte (luizen, rode spinmijten) tegen te gaan. Totnogtoe bestaan er - helaas - geen hopvariëteiten, die resistent zijn tegen predatoren.

Eens de hopplant volgroeid is (einde juni, begin juli), begint de bloei. Na zowat een maand groeien de vrouwelijke bloemen uit tot zogenaamde hopbellen, terwijl de mannelijke bloemen gewoon verwelken. Het is wettelijk verboden mannelijke en vrouwelijke hopplanten in éénzelfde hopveld te kweken, omdat bevruchte hop van mindere brouwkwaliteit is. Door de aanwezigheid van vetten en oliën in de zaadjes kan immers geen schuim op bier gehouden worden.

Rijpe hopbellen worden geöogst tegen einde augustus, begin september. Vroeger werden de hopbellen manueel geplukt, maar tegenwoordig gebeurt dit machinaal. De machine snijdt de ranken af in het hopveld en onmiddellijk worden in het hopbedrijf de hopbellen gescheiden van ranken en bladeren. Vervolgens worden de hopbellen voorzichtig gedroogd met hete luchtblazers aan matige temperaturen (lager dan 65°C). Immers, het gehalte vocht in verse hop, dat 75 tot 80% bedraagt, dient onmiddellijk teruggebracht te worden tot minder dan 12%, daar anders hop snel beschimmelt en kapot gaat. Tenslotte wordt de gedroogde hop in balen verpakt en gestockeerd, liefst bij lage temperatuur.